in

De toekomst van de fototechniek

Fotografie en video blijken steeds beter samen te gaan. Met steeds meer foto camera’s kun je uitstekend filmen in full HD of zelfs nog hoger, waardoor je zelfs met de losstaande beelden heel behoorlijk uit de voeten zou moeten kunnen. Een hoogwaardige camera in een smartphone is gemeengoed geworden. De vraag is wat de invloed op langere termijn zal zijn op de fotografie en de manier waarop we daar tegen aan kijken.

Is er in al die jaren eigenlijk échts iets veranderd?

Als de cameratechnologie zich de komende jaren doorontwikkelt zoals we dat in de afgelopen decennia hebben gezien, zou er wel eens weinig schokkends kunnen gebeuren. Het medium fotografie is ruim 150 jaar oud. We hebben in die tijd een enorme ontwikkeling gezien, zowel analoog als vooral ook digitaal. Waar we eerst een enorme verbetering in de filmemulsies zagen, zien we dit nu in het steeds beter worden van beeldchips. Maar aan het principe van fotografie is niets veranderd. De camera werkt nog steeds hetzelfde als 150 jaar geleden. Een lens met een sluiter en een diafragma, een scherpstelmechanisme en lichtgevoelig materiaal om het beeld vast te kunnen leggen. Dat alles is leverbaar in de meest uiteenlopende verpakkingen. Van full frame spiegelreflex tot smartphone, van supercompact tot middenformaat. Allemaal enorme ontwikkelingen, maar géén echte vernieuwingen. Autofocus, belichtingsregeling, iso-instelling, gezichtsherkenning, het kan allemaal volautomatisch en is soms bijzonder praktisch. Vrij vertaald luidt de Kodak slogan van ruim 100 jaar geleden tegenwoordig: U drukt op de knop en de rest gaat automatisch. De manier waarop de gemaakte foto’s worden opgeslagen is veranderd, filmemulsies zijn vervangen door een beeldchip. Maar nog altijd is fotografie schrijven met licht.

Ontwikkelingen op een bestaand concept.

Van de eerste digitale camera in 1975, de Bayer sensor in 1976, tot de moderne digitale camera anno 2012 is uiteraard een hele ontwikkeling. Sinds de introductie van de digitale spiegelreflex eind jaren ’90 is in feite alleen het bestaande concept verder uitgewerkt. Dit is beslist niet negatief bedoeld, want dat concept is dusdanig verbeterd dat er nu voor iedereen en in elke prijsklasse een prima digitale camera beschikbaar is. Zowel voor de fotograaf die de allerhoogste beeldkwaliteit zoekt, als voor de amateurfotograaf die begint met een eenvoudige compactcamera of instap spiegelreflex, of voor Henk en Ingrid met de camera in hun mobiele telefoon.

Er is steeds meer vraag naar compacte, eenvoudig te bedienen camera’s. Voor deze groep is er met de mobiele telefoon met ingebouwde camera en de digitale compacts meer dan voldoende aanbod. De tendens gaat vooral naar kleiner, maar wel met de mogelijkheden van een spiegelreflex. Met de Pentax Q of de Nikon V1/J1 serie wordt je op je wenken bedient. Het Four Thirds systeem is, hoewel nog maar 4 jaar oud, een belangrijke speler op de digitale markt is geworden. De digitale zoeker wordt kwalitatief steeds beter en verdringt mogelijk op termijn de optische zoeker, bijvoorbeeld de Sony Nex 7. Canon heeft met de 5D Mark III een sterke troef op de markt gezet op het gebied van fotograferen en video. Nikon heeft met de full frame D800(e) nieuwe maatstaven gezet op het gebied van resolutie en dynamisch bereik. Digitale achterwanden met resoluties tot 80 megapixels zijn in aantal misschien een kleine speler, maar geven een kwaliteit die op film nauwelijks haalbaar was. De beperkende factor bij dergelijke highend camera’s is de grootte van de muur waaraan je de foto wilt hangen. Zelfs de zogenaamde scanback komt weer terug. Deze is nog steeds geliefd bij een kleine groep landschaps- en architectuurfotografen vanwege de extreme kwaliteit. Niet geschikt voor bewegende onderwerpen, als je bedenkt dat bij het topmodel van Betterlight de totale scantijd ruwweg tussen de 1 en 30 minuten ligt. Maar met een bestand van 384 megapixels praat je wel over kwaliteit. Een verder doorontwikkeld model is de Seitz Roundshot 6×17 D3 scanback. Deze panorama camera scant 160 megapixels in 1 seconde (7.500 x 21.250 pixels). Met een minimale sluitertijd van 1/2000sec per pixel array kunnen nu zelfs niet al te snel bewegende onderwerpen worden vastgelegd.

De Seitz Roundshot 6×17 D3 scanback scant 160 megapixels in 1 seconde (7.500 x 21.250 pixels).

Kwaliteit of kwantiteit

De grootste verandering is misschien nog wel de manier waarop tegen het beeld wordt aangekeken. Bij een grote groep mensen gaat het om de impressie, niet om de absolute kwaliteit. Het moet vooral leuk zijn en snel gaan. Eventjes een foto of filmpje maken, direct op Facebook of Youtube zetten, en weer verder gaan met andere dingen. Het direct kunnen uploaden van bestanden naar Facebook of andere social media is blijkbaar een must. Dat de beelden niet van de hoogste kwaliteit zijn is geen issue. De vakfotograaf daarentegen wil kwaliteit, zonder aan snelheid en mobiliteit in te leveren. Hij/zij moet kunnen werken onder de meest uiteenlopende lichtomstandigheden, waarbij hoge eisen worden gesteld aan gevoeligheid, ruis en dynamisch bereik. Tot deze groep behoort natuurlijk ook de fotograaf die voor de ultieme beeldkwaliteit gaat. De allerhoogste resolutie, een hoog dynamisch bereik en de afwezigheid van (zichtbare) ruis zijn daarbij essentieel. Hier tussenin zwemt de grote groep van niet professionele fotografen die van alles een beetje willen. En dat liefst in één betaalbare en als het kan compacte behuizing. Zoals we eerder zagen is er gelukkig voor iedere doelgroep wel een geschikte camera waarbij het fotograferen (en uiteraard ook filmen) met een smartphone of meer recentelijk een tablet een erg populaire bezigheid is.Voor een “echte” fotograaf was het (kunnen) fotograferen met een mobiele telefoon een hele schok, maar het kan nóg erger: fotograferen met een tablet. Met de camera in m’n iPhone kan ik prima leven, de diverse app’s (hipstamatic e.a.) zijn beslist functioneel en de kwaliteit is acceptabel. Fotograferen met een tablet is een ander verhaal. Als ik het fotograferen met een Ipad 3 vergelijk met de allersimpelste digitale compact, of zelfs maar met m’n iPhone moet ik op z’n zachtst gezegd even wennen. Veel te groot om vast te houden en een totale onbalans. Als je voorzichtig bent valt ‘ie net niet uit je handen. De kwaliteit van de foto’s is vergelijkbaar met die van een iPhone. Doe dan maar een mobiele telefoon met ingebouwde camera die je omdat ‘ie compact in licht is veel gemakkelijker meeneemt (als ‘ie al niet standaard in je broekzak of handtas zit).

Nu het direct kunnen uploaden van beelden steeds belangrijker wordt, dient de vraag zich aan hoe zich dat in de toekomst ontwikkelt. Het draadloos kunnen opslaan of versturen van gemaakte opnames is natuurlijk niet nieuw. Het is niet alleen ideaal voor fotografen die grote (sport)evenementen verslaan, de redactie kan direct met de foto’s aan de slag, maar ook voor reizigers die het thuisfront de laatst gemaakt foto’s willen laten zien. Met camera’s zoals de nieuwste Samsung NX serie met ingebouwde Wi-Fi en geheugenkaartjes met ingebouwde Wi-Fi (Eye-Fi) komt dit voor iedereen binnen handbereik. Foto maken en direct uploaden naar je iPhone, Ipad, Androïd telefoon of je (thuis)netwerk. Je hebt dan meteen een backup veilig gesteld voor het geval er iets met de camera of geheugenkaart gebeurt. Toch zal het geheugenkaartje als fysiek medium voorlopig blijven bestaan. Het is gewoon een veilig idee dat je de 20Gb van je zojuist gemaakt reportage fysiek in handen hebt. De vraag die hierna komt is of we in de toekomst onze bestanden nog wel op harde schijf opslaan, of dat we voor een cloudopslag kiezen. Alleen al over het laatste punt kun je een heel artikel schrijven als het om alle voor- en nadelen gaat. Hoe staat het met de beveiliging, hoe beschermd zijn je data, en wat is het kostenplaatje als je met regelmaat gigabytes of zelfs terrabytes wil backuppen?

Sensortechnologie, waar staat deze en is er een eindpunt in zicht?

Het hart van een digitale camera is (nog steeds) de sensor. Een probleem is hoe we de kwaliteit van camera’s (of beter gezegd de sensor) meten en/of weergeven. DxO Labs is een onafhankelijk instituut dat zich hier mee bezig houdt. Als je googelt op DxO Labs kom je voldoende, heel interessante informatie tegen om je een paar avonden van de straat te houden. De technische score van een sensor kun je nu eenmaal niet direct vertalen naar een beeld omdat resolutie en andere camerafuncties niet meegenomen worden. Het zegt wél iets over de sensor als het gaat over ruis, dynamisch bereik en kleurweergave.

Opvallend is de stelling van Frederic Guichard, hoofdwetenschapper bij DxO Labs, die stelt dat een fabrikant als Canon één volle stop aan (beeld)kwaliteit kan winnen als ze de technische kwaliteit van de sensor van een recente telefooncamera in een full frame sensor kunnen inbouwen. Laten we het dan even niet hebben over nóg grotere sensors, hoe hoog zou de beeldkwaliteit dan niet zijn? Hoe je 1 stop extra beeldkwaliteit moet visualiseren is natuurlijk lastig, maar het maakt duidelijk dat er nog voldoende rek in de sensortechnologie zit. Het uitermate interessante(!) interview met Frederic Guichard, mét links naar andere ontwikkelingen, kunt je hier lezen.

Video, het stilstaande beeld van de toekomst?

Steeds meer digitale camera’s bezitten een video modus. De vraag is of je in de toekomst niet simpelweg de losstaande beelden uit je videobestanden knipt. Met Full HD en de binnenkort beschikbare 4K spiegelreflexcamera’s (Canon 1D C 4K) beschik je over een video modus waarbij je bestanden van 2 tot 4 megapixels hebt. Gigantisch als het om video gaat, veel te weinig voor serieus fotowerk. In de journalistiek zal het wél steeds meer toepassing vinden. Het gaat daar om een bruikbaar beeld, niet om de uiterste kwaliteit. Op korte termijn vervangen losstaande videobeelden niet de klassieke manier van fotograferen. De geleverde beeldkwaliteit staat niet in verhouding tot de enorme hoeveelheid data. Daarnaast is er het fenomeen sluitertijd. Filmen met 24 beelden per seconde betekent in de praktijk een sluitertijd van ca.1/50sec, daarmee creëer je al snel onscherpe beelden. Perfect voor video met z’n vloeiende overgangen, minder geschikt voor foto’s. Pas bij 120 beelden per seconde kom je aan een sluitertijd die snelle(re) bewegingen bevriest. De hoeveelheid data wordt daarmee echter gigantisch.

Een van de weinige échte innovaties is de Lytro Light Field camera. Heel simpel uitgelegd omzeilt dit principe alle problemen van lens design (vervorming, vignettering, chromatische aberratie, scherpstelling e.a.) door het licht, en de beweging van het licht, uit alle richtingen op te slaan waardoor je in staat bent om achteraf het scherptevlak door een computer te laten berekenen. Alleen heb je nog steeds een sluiter een diafragma nodig om de hoeveelheid licht die op de sensor valt te regelen en nog steeds bestaat het gevaar van bewegingsonscherpte. Het ontwerp van de Lytro staat nog in de kinderschoenen, voor serieus werk is de uiteindelijke resolutie veel te klein (ca. 1100×1100 pixels). Wordt het de camera van de toekomst, of is het één van de vele gadgets die zijn toepassing gaat vinden naast de andere vormen van fotografie?

De Lytro Light Field camera slaat (de beweging van het) licht op en berekent achteraf op de computer het scherptevlak

Een andere ontwikkeling is 3D fotografie. Nee, beslist niet nieuw. Alleen zal de aloude manier van kijken met een 3D-brilletje, of een 3D viewer ooit vervangen worden door een andere technologie. Maar of het de toekomst van de fotografie zal veranderen?

Nieuwe ontwikkelingen op softwaregebied

Niet te onderschatten is de rol van de software ná het fotograferen. Niet alleen als het gaat om het vertalen van de ruwe sensordata naar het uiteindelijke beeld of de extractie van raw-bestanden naar een uiteindelijk formaat, maar vooral als het gaat om tot nu toe ongekende functies. Nog een beetje wazig is de ontwikkeling rond de Adobe Photoshop Image Dublurring functie.

Enige ophef ontstond toen bleek dat een paar van de tijdens de demonstratie gebruikte opnames eerst softwarematig onscherp waren gemaakt. Toch is de verwachting dat deze functie wel eens in een volgende Photoshop versie ingebouwd zou kunnen zijn. Blijkbaar wordt software zo slim dat het achteraf beelddata kan berekenen. Zou het niet ideaal zijn om een nét niet scherpe opname toch optimaal scherp weer te kunnen geven?

Fotografie en commercie

De rol van de commercie is heel bepalend. Je koopt geen nieuwe camera omdat je die nodig hebt. Nee, het is de commercie die jou doet gelóven dat je ‘m nodig hebt. Tenenkrommend is vaak de reclame waarmee nieuwe camera’s op de markt gezet worden. Kreten als innovatief, creatieve uitdaging, zelfdenkend, snelheid, facelift, multi processor, intuitief, Noise reduction en sublieme kwaliteit vliegen je rond de oren. Als klap op de vuurpijl kun je zelfs de compositie voor je laten bepalen (Sony Alpha 57). Ik hoop dat ‘ie ook aangeeft wanneer het licht optimaal is, anders kom je alsnog met mislukte foto’s thuis. Kortom, zit je hier nu écht op te wachten? Als je de reclames wat beter leest staat er eigenlijk dat er ten opzichte van de voorganger nauwelijks iets zinnigs veranderd is. Alleen verkoopt het wél! Ik zie mensen een 5D Mark III kopen die nog geen fractie van de mogelijkheden van hun Mark II gebruiken omdat ze geen idee hebben van brandpuntsafstand, diafragma opening en ga zo maar door. Of de fotograaf die een dure spiegelreflex koopt en daar een 18-270mm zoomobjectief op zet omdat ‘ie anders te veel moet sjouwen. En zeg nou eens eerlijk, dat een dergelijk objectief optisch gezien rampzalig is vind je toch nergens terug? Dus moet ‘ie wel goed zijn! Helaas is het wél weggegooid geld! Frappant is dat aan de highend camera’s vaak de minste woorden vuil worden gemaakt. Blijkbaar weet de fotograaf die voor de ultieme beeldkwaliteit gaat precies welke apparatuur daarvoor nodig is.

Camera’s helpen je om beter te fotograferen. Zo helpt de De Sony Alpha 57 je de compositie te bepalen

De toekomst

“If the camera industry doesn’t change quickly, it will die” zegt Lindsey Turrentine, CNET reviews editor. Leuk, maar wat is verandering? Is de stap van de Canon 1Ds uit 2002 naar de Canon 1Dx uit 2012 een enorme verandering, of niet meer dan een logische ontwikkeling? De Lytro is beslist een innovatief en baanbrekend concept, maar dat wil niet zeggen dat het de toekomst van de fotografie zal bepalen. 3D fotografie is – fotografisch gezien – ook al zo oud als de weg naar Rome. Gaat die een comeback maken? Dat maakt het ook lastig om te vertellen hoe de toekomst van de camera en die van de fototechniek er uit ziet. Als we op dezelfde manier naar foto’s blijven kijken zoals we dat in feite al heel lang doen, ziet alles er over 20 jaar waarschijnlijk nog grotendeels hetzelfde uit. Wat erbij komt zijn grote hoeveelheden ‘tussendoor plaatjes’ op de social media. Natuurlijk zal de camera doorontwikkeld worden, zullen er nieuwe modellen met nieuwe functies bij komen, de cloudservice is daar één van. De camera industrie zal wel móeten blijven veranderen om te overleven. Daarmee zal de manier waarop we fotograferen ook veranderen, maar verandert daarmee ook daadwerkelijk de fotografie? Natuurlijk, fototechniek veranderd. Straks kunnen we achteraf kiezen waar we de scherpte in de foto’s willen leggen en kun je misschien op een later tijdstip standpunt en perspectief bepalen. Probleem is alleen dat als je het niet vóór de opname ziet je het achteraf ook niet zult zien. Verandert er iets voor de fotograaf die een perfecte foto in de studio uitlicht? Verandert de visie van de natuurfotograaf die op zoek is naar die ene ultieme landschapsfoto? Foto’s die voorheen als volledig mislukt werden beschouwd door bijv. bewegingsonscherpte zijn straks prima bruikbaar. Maar verandert dat de manier waarop we naar die foto’s kijken? Video zal zijn toepassing vinden, maar zal het bewegende beeld de foto aan de muur vervangen? Zitten we op een bewegende Nachtwacht van Rembrandt te wachten? Vervangt 3D het tweedimensionale beeld, of zijn het allemaal veranderingen “omdat het moet”? Stuk voor stuk heel interessante vragen. De toekomst zal het leren.

Tenslotte

Vraag aan een fotograaf die met een recente digitale achterwand werkt wat hij/zij nog meer wenst. Het antwoord is vaak een schouderophalen. Wat ís er nog meer te wensen? Extreme resolutie, prima te gebruikten bij iso 100 t/m iso 400 en een hoog dynamisch bereik. Vraag aan een gemiddelde fotograaf wat zijn/haar wensen zijn en je krijgt min of meer hetzelfde antwoord. Meer pixels (dus hogere resolutie), hogere iso-waarden en minder ruis. Vraag aan de gemiddelde beeldmaker wat de wensen en er ook niets nieuws. Die is prima tevreden met zijn of haar mobiele telefoon met ingebouwde camera. Lytro camera, 3D fotografie, het is allemaal leuk, maar niemand zit er echt op te wachten. Het lijkt er op dat de fabrikant de gebruiker zal moeten overtuigen. Misschien is het wel typerend dat het juist de retro camera’s zijn die hoge ogen gooien. Weliswaar met de meest recente techniek aan boord, maar wel volgens een – in de digitale wereld – oeroud principe. Het enige dat iedereen wil is meer kwaliteit voor minder geld. Maar daar hoef je nou net weer geen fotograaf voor te zijn. Ik zie wel hele leuke ontwikkelingen. Ikea toonde een tijdje lang een prototype van een kartonnen digitale camera waarbij specifiek vermeld werd dat je door een zoeker moest kijken. Jammer dat ‘ie nooit op de markt is gekomen. Het geeft wel aan dat er ook ruimte is voor plezier in fotografie. En is dat eigenlijk niet waar het voor het grootste deel van de fotografen om draait?

De ontmoeting tussen de bruid en bruidegom vastleggen

Lucht vervangen: met Lightroom en Photoshop