in

Het inzetten van licht bij macrofotografie

Er zijn diverse componenten die je macrofoto tot een mooi beeld maken, waaronder naast compositie, perspectief en timing ook licht. Licht is heel belangrijk. We vertellen je hier dus van alles over de inzet van licht bij macrofotografie, en hoe je dit met accessoires zelf kunt regelen.

Wil je nog veel meer leren over Macrofotografie? Dit artikel komt uit de cursus Macro & Close-up. Bekijk de cursus hier! 

Een camerasensor heeft licht nodig om je onderwerp te registreren, en de kwaliteit van dat licht kan je foto versterken of verzwakken. Je kunt een bepaald gevoel opwekken met bijvoorbeeld warm of juist koud licht. Maar ook kun je met licht op de juiste plekken accenten aanbrengen, of je onderwerp naar voren halen door het letterlijk in het spotlicht te zetten.

Kwaliteit van licht

De kwaliteit van licht moet je als fotograaf leren begrijpen en vooral ook leren zien. Dat leerproces gaat bij de ene persoon sneller dan bij de andere. In het digitale tijdperk is de leercurve bijzonder steil (in de zin van snel) vergeleken met de analoge fotografie. Met name het gegeven dat je direct het resultaat op de camerascherm kunt terugzien is daarbij van grote invloed.

Als je eenmaal meer inzicht hebt gekregen in de kwaliteit van het licht, heb je bij macrofotografie een bijzonder krachtige tool in handen. Want in tegenstelling tot landschaps- en wildlifefotografen hebben we bij macrofotografie een veel grotere invloed op het licht!

We hebben vaak maar een klein oppervlak in beeld, en daardoor kunnen we met eenvoudige hulpmiddelen zoals lampjes en flitsers licht vanuit allerlei hoeken toevoegen en met bijvoorbeeld reflectieschermen en paraplu’s beïnvloeden.

Ook bij macrofotografie is licht op de juiste plaats van essentieel belang.

Ellis Pellegrom, ellispellegrom.zoom.nl
Canon 70D · ISO 100 · F 3,5 · 1/10 SEC · 100 MM

Veel experimenteren

Al die extra hulpmiddelen geven ons veel mogelijkheden om de foto naar een hoger niveau te tillen. Zelfs bij saai bewolkt weer kunnen we prima fotograferen door kleur en contrast in te brengen met behulp van lamp- of flitslicht. Doordat je minder afhankelijk bent van het omgevingslicht, heb je meer tijd en kun je ook veel meer experimenteren!

Om de werking van licht beter te kunnen begrijpen, werkt het goed om eens bij een onderwerp dat niet wegloopt of heen en weer beweegt, zoals een paddenstoel, met allerhande lichtbronnen en hulpmiddelen als zonlicht, lampjes, flitsers en reflectieschermen uitvoerig te oefenen. Noteer in een boekje alle opstellingen en ga dan eens thuis de foto’s op het beeldscherm analyseren. Het zal zeker tot meer inzicht in deze materie leiden!

Met gericht gebruik van een flitser als hoofdlichtbron kun je onderwerpen perfect verlichten.

Hanny Bosveld, dylano.zoom.nl
Canon 6D · ISO 1250 · F 10 · 1/60 SEC · 100 MM

Invulflits

In sommige gevallen is het verschil qua lichtcontrast tussen een onderwerp dat zich in de schaduw bevindt en de achtergrond te groot. Om dat te overbruggen, kun je de invulflitsmethode gebruiken. Hiervoor kun je zowel een externe als de ingebouwde flitser inzetten. Haal bij gebruik van de ingebouwde flitser dan wel de zonnekap van je objectief, want deze kan voor een vervelende schaduw aan de onderzijde van het beeld zorgen.

Met een invulflits kun je de onderkant van de vlinder (de schaduwzijde) ophelderen.

Jeroen Arts, doc-j.zoom.nl
Nikon D300S · ISO 500 · F 4,5 · 1/250 SEC · 90 MM

De invulflits wordt, zoals het woord al doet vermoeden, gebruikt om donkere partijen en schaduwen in het beeld in te vullen met flitslicht. Belangrijk bij deze techniek is om een instelling van de camera te kiezen waarbij het daglicht wordt meegenomen en de belichting van het beeld bepaalt. Het flitslicht is namelijk alleen nodig om wat donkere delen op te halen. In het algemeen geldt dat, zodra de camera op de functie ‘slow flash’ of ‘rear flash’ wordt ingesteld, dan ook meteen het daglicht bepalend is voor de juiste belichting. Zet de flitsbelichtingscorrectie op -2 EV om een mooi uitgebalanceerde mix tussen daglicht en flitslicht te krijgen, waarbij de flitser niet overheerst maar alleen de donkere partijen in het beeld ophaalt.

Door op volle kracht te flitsen (en dus niet als invulflits) kun je ook een zwarte achtergrond creëren.

Bas van Hulst-Kuiper, basvanhulst-kuiper.zoom.nl
Nikon D500 · ISO 200 · F 16 · 1/250 SEC · 135 MM

Externe flitser gebruiken

Het aanbod aan externe flitsers is groot, zowel van de cameramerken als van gespecialiseerde flitserfabrikanten. Ze worden op de flitsvoet van de camera gemonteerd of los van de camera gebruikt. Om het licht wat te verzachten, kunnen de verderop in dit artikel beschreven diffusors worden gebruikt. Deze doen ook dienst om het licht wat dichterbij voor het objectief te laten vallen. Externe flitsers die je op je camera monteert, staan namelijk wat hoger en het kan gebeuren dat het licht (deels) over het onderwerp heen valt.

Sommige planten zoals de klaproos kun je met lamp- of flitslicht van achteren verlichten om de fijne transparantie te laten zien.

Bob Morren, drbob250.zoom.nl
Canon 6D · ISO 100 · F 11 · 2 SEC · 60 MM

Externe flitser los van camera

Om dit probleem op te lossen, kun je als alternatief voor een diffusor ook de flitser los van de camera gebruiken, oftewel ‘off-shoe’. Zodoende kun je beter de flitser op het onderwerp richten als dit zich heel dicht bij het objectief bevindt. Daarnaast kun je door de flitser off-shoe te gebruiken ook andere lichtsituaties creëren, zoals zijlicht of zelfs tegenlicht. Hiermee zijn bijzonder leuke effecten te bereiken, zoals de in het kader ‘Low-key’ beschreven low-key-foto’s.

Er zijn diverse mogelijkheden om dit te bewerkstelligen. Ten eerste kun je een TTL-flitskabel gebruiken. Hierbij blijft de camera het licht door het objectief meten en blijven alle camera-instellingen dezelfde als bij on-shoe-gebruik. Nadeel is wel dat de lengte van de kabel de werkruimte beperkt, terwijl kabels ook door kabelbreuk relatief snel defect raken.

Veel cameramodellen bieden ook de mogelijkheid om draadloos te flitsen in combinatie met bepaalde flitsers. Bij gebruik van twee reportageflitsers wordt de flitser op de camera de ‘master’, en hierop wordt dan ook het draadloos flitsen ingesteld. De andere flitser heet de ‘slave’. Minpuntje van dit systeem is dat het optisch – via infraroodlicht of opvallend flitslicht – wordt geactiveerd en de flitsers elkaar dus moeten kunnen ‘zien’.

De aansturing kan ook plaatsvinden via een losse module, een trigger, die je op de flitsschoen van je camera plaatst. Die geeft dan via een draadloos signaal aan je externe flitser door wanneer hij af moet gaan.

Door gebruik van een flitser of lamp achter het onderwerp zijn ook low-key-foto’s te maken.

Albert Beukhof, agdbeukhof.zoom.nl
SONY A99 II · ISO 800 · F 5,6 · 1/1000 SEC · 400 MM

Ringflitser

In sommige gevallen zit je zó dicht met het objectief op je onderwerp dat het lastig is om nog flitslicht te gebruiken. De oplossing in zo’n situatie is het gebruik van de ringflitser. Deze is specifiek voor het macrogebied ontworpen. Zulke flitsers bestaan, zoals al uit de naam blijkt, uit een ronde ring die op de voorkant van het objectief wordt bevestigd. In deze ronde ring zitten diverse flitsbuisjes die bij bepaalde ringflitsers ook afzonderlijk uitgeschakeld kunnen worden om schaduw (en dus diepte) te creëren. Indien je ze allemaal laat flitsen, ontstaat een schaduwloze verlichting.

Dubbel-flitser

Een alternatief om onderwerpen zeer dicht bij het objectief te fotograferen is de Laowa Macro Twin Flash KX-800. Een hele mondvol, deze flitser van Venus Optics die veel gebruikt wordt bij de bijzondere objectieven van deze fabrikant. De flitser heeft een richtgetal van 58 en een ledlampje om het scherpstellen te vergemakkelijken. Het bijzondere van deze flitser zijn de twee flexibele armen waarop de kleine flitsers zijn gemonteerd. Ook het lampje voor hulplicht is op een derde arm gemonteerd. Deze armen zijn in elke denkbare positie te verstellen, en kunnen dus ook zeer dicht naast het objectief worden gepositioneerd om zodoende een onderwerp dat erg dichtbij is uit te lichten.

Diffusors

Bij het gebruik van flitslicht kunnen bij sommige insecten of planten vervelende glimplekken ontstaan. We kunnen dit wat verminderen door het flitslicht van de externe flitser te verzachten. Hiervoor zijn allerlei diffusors te koop, van ballonnetjes tot softboxen. Deze worden altijd op de flitskop bevestigd. Sommige van deze softboxen zijn vrij lomp en maken de flitser topzwaar, waardoor deze in combinatie met de camera wat minder goed te hanteren is. Daarnaast kan een te zware softbox ervoor zorgen dat de flitser geen goed contact meer met de camera maakt via de flitsschoen.

Voor de ingebouwde flitsers zijn ook diffusors te koop: de zogenaamde ‘puffers’. Als goedkoop alternatief kun je ook een ouderwets transparant filmbusje gebruiken. Wellicht kun je dat nog bij de plaatselijke fotozaak bemachtigen. Door de bodem met een stanleymes eraf te snijden en het filmbusje over de lengte in te snijden, kun je het busje makkelijk op de meeste ingebouwde flitsers bevestigen.

Bij tegenlichtfoto’s zoals die van dit boomkikkertje kun je ook de ingebouwde flitser gebruiken om de schaduwzijde iets op te helderen.

Frans Pelzer, franspelzer.zoom.nl
Canon 7D II · ISO 200 · F 2,8 · 1/2000 SEC · 100 MM

Goedkope zaklampjes

Voor de verlichting van relatief kleine onderwerpen als kleinere soorten paddenstoelen kan ook een simpel zaklampje al prima voldoen. Voordelen hiervan zijn de simpele werkwijze en de lage aanschafprijs (een paar euro). Daarbij zie je meteen het effect van het lampje zodra je ermee op het onderwerp schijnt. Zaklampjes met een gloeilampje leveren wat mooier en warmer licht dan led-zaklampen. Over de laatste zou je een geel plastic stukje folie kunnen plakken om het licht wat warmer van tint te maken. Tegenwoordig zijn in de fotohandel ook ledlampen te koop met een regelbare kleurtemperatuur of daglichttemperatuur, maar die zijn vanzelfsprekend wel duurder dan de reguliere (led)zaklampen.

Flits- of lamplicht zorgt voor fijne lichtjes in de ogen van de springspin, waardoor deze nog meer opvallen.

Ron Hoefs, exhi.zoom.nl
Canon 5D IV · ISO 400 · F 13 · 1/160 SEC · 65 MM

Reflectieschermen

Een handig hulpmiddel om het licht over het onderwerp te verdelen als dit zich in de schaduw bevindt, is het reflectiescherm. Ook is als variant een diffuus wit scherm te koop, waar je het licht doorheen laat vallen om zo het macro-onderwerp met zachter licht te verlichten.

Reflectieschermen zijn te koop in allerlei soorten en maten en zijn te gebruiken met kunstlicht en natuurlijk licht. Veel modellen zijn opvouwbaar, zodat je ze makkelijk in je fototas kunt meenemen. Neem een niet te groot model want macro-onderwerpen zijn natuurlijk maar klein. Zeer functioneel zijn de schermen met zowel een zilverkleurige als een goudkleurige zijde. De zilverkleurige kant reflecteert het zonlicht neutraal, en voor wat warmer licht gebruik je de goudkleurige kant van het scherm. De afstand tussen het reflectiescherm en het onderwerp bepaalt de invloed van het licht. Houd je het scherm verder weg, dan wordt de invloed dus minder en vice versa.

Door met een zaklamp de onderkant van het herfstblaadje, waar de springstaart op zit, te verlichten, komen de kleuren beter naar voren.

Johan Van Opstal, peacefull.zoom.nl
Canon 80D · ISO 100 · F 2,8 · 1/6 SEC · 100 MM

Bijzondere techniek; low-key

Bij de bijzondere fotografievorm low key bepalen donkere tonen het beeld. Net als bij high-key (waarbij de lichte tonen overheersen) bepaalt dit heel sterk het gevoel en de sfeer. Waar high-key-beeld als licht wordt ervaren, is het bij low-key juist andersom: het effect op de kijker is dramatisch en duister. Ook ben je bij low-key gebaat bij contrast en een groot verschil tussen licht en donker. Daarbij is het belangrijk dat grote delen van het beeld zich in de schaduw bevinden.

Een prima methode is om een kunstlichtbron zoals een flitser te gebruiken om het onderwerp van achteren te verlichten, zodat alleen de contouren daarvan worden verlicht. Een juiste belichting is hierbij essentieel. Je dient fors onder te belichten om het beeld donker te krijgen, waarbij alleen de contouren of delen waar het kunstlicht op valt helder blijven. Hiervoor kun je de belichtingscorrectie gebruiken, waarbij die correctie al snel (afhankelijk van verlichtingssterkte en contrast) tot -3 of -4 EV oploopt. Houd het histogram in de gaten, want dat moet helemaal links uitkomen.

Nabewerking

Indien je licht in je beeld goed toepast, en ook het histogram van je camera in de gaten houdt, hoef je niet meer aan nabewerking te doen dan je gewend bent. Ervan uitgaand dat je in raw hebt gefotografeerd, heb je echter nog wel aardig wat speelruimte om het beeld middels nabewerking te verbeteren. Heb je in belangrijke delen van het beeld (en met name in je hoofdonderwerp) te heldere hoge lichten, dan kun je in Adobe Lightroom of Photoshop middels de functie Hooglichten daar weer detaillering in terugbrengen. Ook kan het voorkomen dat de schaduwpartijen van het beeld te donker zijn. In beide bewerkingsprogramma’s kun je deze middels de functie Schaduwen lichter maken, alsof je een invulflits had gebruikt. Uiteraard blijft dit een noodmaatregel en geen volwaardig alternatief voor een optimale verlichting. We gaan later nog veel verder in op nabewerking bij macrofoto’s.

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Macro & Close-up in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het maken van zo’n prachtige macro foto.

Zo leer je onder andere:

  • Welke bloemen en insecten je kunt vinden in je eigen tuin
  • Fotograferen in huis met weinig licht
  • Welke huiselijke onderwerpen je ook kunt fotograferen
  • Alles over het nabewerken van macrofoto’s

Bekijk hier de volledige Cursus Macro & Close-up.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Swarovski Optik AX Visio

Godox V1Pro