in

Het objectieven-ABC

Objectieven hebben soms nogal indrukwekkende namen. Ieder merk gebruikt andere afkortingen en lettercombinaties om de specifieke kenmerken van z’n objectieven aan te duiden. Maar wat betekenen ze nu eigenlijk? We nemen de meest gebruikte termen met je door.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Camerabeheersing in Zoom Academy. Alles leren over je camera en wil je alle functies optimaal benutten? Bekijk de gehele cursus!

Ieder merk gebruikt verschillende termen, afkortingen en lettercombinaties voor technieken en kenmerken die eigenlijk allemaal ongeveer op hetzelfde neerkomen. Daardoor kan het voor de fotograaf soms knap lastig zijn om de betekenis van al die termen te kennen. Dat is onhandig, want ze staan er natuurlijk niet voor niets op.

Sommige onderdelen in de naam van een objectief worden overal (min of meer) gelijk aangeduid: de brandpuntsafstand of het zoombereik en de lichtsterkte. De combinatie ‘15-30mm f/2.8’ hoeven we inmiddels niet meer uit te leggen. Dat AF voor autofocus staat en MF voor handmatige scherpstelling (‘manual focus’), klinkt vast ook bekend.

Het gaat hier dus om alle cijfers, letters en combinaties die om de zojuist genoemde combinatie heen zijn gebouwd, zoals HSM, USM, ED, OS en VR. Daarom hieronder alle belangrijke categorieën en de bijbehorende naamgeving per fabrikant. Uiteraard zijn er nog veel meer aanduidingen en afkortingen in omloop, dus we pretenderen niet volledig te zijn.

Je kunt dit Tamron-objectief met Di II-markering gebruiken op een camera met aps-c-sensor.

Heb je een Nikon-fullframe-spiegelreflex? Gebruik dan FX-objectieven!

Fullframe, aps-c of anders

Een van de belangrijkste aanduidingen op een objectief geeft aan of de lens geschikt is voor gebruik op een fullframe-camera, of juist op een camera met een kleinere of grotere sensor. Het is belangrijk om deze termen en de door de verschillende merken gebruikte naamgeving te kennen. Vanwege de extra ‘vergroting’ dankzij de cropfactor gebruiken sommige fotografen weleens fullframe-objectieven op een aps-c camera.

Daarnaast heb je Micro Four Thirds (MFT): een sensortype/formaat dat door Panasonic en Olympus is ontwikkeld voor een aparte systeemcameralijn en de bijbehorende objectieven. Een MFT-sensor is nog kleiner dan een aps-c-sensor. Waar aps-c vergeleken met fullframe een cropfactor heeft van ongeveer 1,5x, heeft een MFT-sensor vergeleken met fullframe een cropfactor van 2x. Een 100mm-objectief op een MFT-camera heeft dus eenzelfde beeldhoek als een 200mm-objectief op een fullframe-camera.

De benaming voor fullframe-objectieven en objectieven die speciaal voor aps-c zijn ontwikkeld, verschilt van merk tot merk.

Fullframe heet bij Nikon FX bij spiegelreflexen en Z bij systeemcamera’s. Bij Canon zijn de benamingen EF respectievelijk RF. Sony gebruikt FE, Tamron Di, Sigma DG en Pentax FA of D FA. Panasonic, dat sinds enige tijd ook fullframe-systeemcamera’s maakt, duidt deze objectieven aan met de letter S, om ze te onderscheiden van de G-serie voor MFT.

Bij aps-c gebruikt Nikon de benaming DX en Z DX bij systeemcamera-objectieven. Canon heeft het over EF-S respectievelijk EF-M. Sony bedient zich van de aanduiding E, Tamron van Di II, Sigma van DC en Pentax van DA. Al heeft Pentax een paar vaste DA-telebrandpunten in het assortiment (met name de 200mm en 300mm) die van vóór de eerste fullframe-camera van dit merk dateren en prima geschikt zijn voor fullframe.

Natuurlijk zijn er nog meer soorten en maten sensoren, dus deze opsomming is niet volledig. Fujifilm is bijvoorbeeld een merk dat geen fullframe-camera’s en -objectieven maakt, maar gekozen heeft voor aps-c én middenformaat. De aps-c-objectieven van Fujifilm worden voorafgegaan door de lettercombinatie XF of XC, terwijl objectieven bedoeld voor de middenformaatcamera’s worden aangeduid met GF.

Beeldstabilisatie

Ook de aanduiding voor beeldstabilisatie is een belangrijke, want de beeldstabilisatie in een objectief en/of camerabody levert een hoop voordelen op bij fotografie bij schaars licht. Hierover leer je in hoofdstuk 5 van deze cursus meer. Uiteraard hebben fabrikanten ook hier allerlei verschillende namen voor bedacht. Nikon noemt het VR, Canon en Olympus gebruiken IS, Sony OSS, Tamron VC, Sigma OS, Pentax SR, Fujifilm OIS en Panasonic Power O.I.S.

De gele lenselementen duiden speciale ED-varianten aan.

Glassoorten

Fabrikanten pronken graag met de hoogwaardige optische constructies in hun objectieven. Allerlei holle, bolle en anderszins gevormde lenselementen vormen samen een front tegen beeldfouten zoals chromatische aberratie, coma en diffractie.

Natuurlijk komt het gebruik van die specifieke elementen vaak terug in de naam van een objectief, uiteraard met merkspecifieke naamgeving. De meest algemene is die voor glas met extra lage dispersie (ED) voor extra scherpte en contrast én het tegengaan van beeldfouten zoals chromatische aberratie. Daarvoor wordt ook wel de term apochromatisch gebruikt. Bij Nikon, Sony, Pentax en Olympus heet zulk glas ED, bij Canon UD of Super ED, bij Sigma APO en bij Tamron LD of XLD.

Daarnaast tref je ook regelmatig een afkorting als ASPH. aan. Dit staat voor asferisch: glas waarbij de kromming van het lensoppervlak varieert; net als bij een multifocale bril. Zulke lenselementen zijn tegenwoordig eenvoudiger en goedkoper te maken dan vroeger.

Dit is de Canon EF 24-105mm f/4L IS II USM, dus met beeldstabilisatie (IS) en Ultrasonic Motor (USM).

Scherpstelmotoren

De laatste jaren vinden rappe ontwikkelingen plaats op het gebied van snelle scherpstelmotoren. Snel en accuraat scherpstellen is voor veel fotografen van groot belang, zeker nu de camera’s steeds meer foto’s per seconde kunnen maken. Bij Nikon worden zulke snelle en vaak ook stille scherpstelmotoren aangegeven met AF-S, door Canon met USM en bij Sony met SSM. Tamron houdt het op USD, Sigma op HSM, Pentax op SDM, Olympus op SWD en Fujifilm op LM.

Daarnaast wordt de scherpstelling ook steeds stiller dankzij de zogenaamde stappenmotor. Een objectief met een dergelijke motor stelt vloeiend en vrijwel geruisloos scherp. Dit is vooral handig bij filmen, waarbij de stappenmotor zorgt voor vloeiende overgangen in scherpte en voor een stille scherpstelling zonder hinderlijke bijgeluiden uit het objectief. Zo’n stappenmotor wordt bij Nikon aangeduid met SWM, bij Canon met STM, bij Sony met SAM en bij Tamron met RXD of PZD. Pentax gebruikt DC, Olympus MSC en Panasonic PZ.

De toplenzen van Sony herken je aan het rode G-logo.

Klasse aanduiding

Merken leveren vaak een breed scala aan lenzen. Daar zitten betaalbare allemansvrienden tussen, maar ook kostbare nicheproducten voor de professional. Het onderscheid is vaak al in de prijs te zien. Maar om dit ook in de naamgeving duidelijk te maken, gebruiken sommige merken bepaalde afkortingen of losse letters om aan te geven dat je te maken hebt met een vlaggenschip of topserie uit het assortiment.

Bij Nikon let je op een gouden ring bij objectieven voor spiegelreflexen of de aanduiding S voor systeemcamera’s. Canon bedient zich van de letter L, terwijl Tamron SP gebruikt. Bij Sigma heet de hoogste kwaliteitsklasse Art, bij Pentax FA* of DA*, en bij Olympus M.Zuiko PRO. Panasonic gebruikt Leica DG bij MFT en S PRO bij fullframe. Fujifilm beperkt zich tot een rood logo, en Sony gebruikt een rood logo met de G van G Master. Er zijn ook ‘gewone’ G-lenzen met een zwart logo, die iets lager in de lijn staan.

De Sigma Art-serie staat voor ultieme beeldkwaliteit.

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Camerabeheersing in Zoom Academy. Alles leren over je camera en alle functies optimaal benutten? Bekijk de gehele cursus!

Zo leer je onder andere:

  • Alles over de techniek van je toestel
  • Je kennis te vergroten en mooiere foto’s te maken
  • Het toepassen van de technieken in de praktijk

Bekijk hier de volledige Cursus Camerabeheersing.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Specifieke bewerkingen in Photoshop Web

Een slimme truc voor macrofotografie!