in

Op pad in Nederland: tips om waterlandschappen te fotograferen

Water. Als er één element is dat Nederland vormgeeft, is het wel water. Ons land is feitelijk één grote rivierdelta met een – voor zo’n klein landje – enorm lange kustlijn. Omdat ons land daarnaast weinig hoogteverschillen kent, is ook het binnenland een netwerk van beken, rivieren, kanalen, sloten, meertjes, vennen en drassige polders. Zelfs in onze steden en dorpen is op allerlei plekken water aanwezig, bijvoorbeeld in de vorm van grachten. En dat biedt jou als fotograaf ontelbare kansen op prachtige foto’s en creatieve invalshoeken. Water is namelijk enorm veelzijdig!

Allereerst kun je het water zelf vastleggen. Rimpelingen, golven, schuimkoppen en opspattend water zorgen ervoor dat het oppervlak telkens weer een andere structuur heeft. Daarnaast dient water als spiegel voor de omgeving en een mooie wolkenlucht. Dat kan een levensecht spiegelbeeld zijn of een abstracte weergave van vormen en kleuren.

Water kan een prachtig spiegelbeeld vormen, al kan dat spiegelbeeld ook een vervaagde weergave zijn.

Maikel Claassen, maikelclaassenfotografie.zoom.nl
Canon 5D III · ISO 100 · F 10 · 30 SEC · 28 MM

Compositie bepalen

Kijk voordat je een foto van een waterrijke plek maakt, altijd eerst een tijdje om je heen om te bepalen hoe het water zich gedraagt. Loop wat rond om de beste plek uit te kiezen. Let op hoe de stromingen lopen, met welk ritme het water aanzwelt en zich weer terugtrekt. Waar ontstaan kolkjes of bruist het water extra? Slaat het ergens spectaculair tegen een dam of op een rotspartij? Wordt het eb of juist vloed?

Bij opkomende vloed ontstaan mooiere golven. Achter strekdammen en in bochten ontstaan vaak gebieden met luwte of afwijkende stromingen. Al snel zul je patronen ontdekken en dan is het tijd om een plan te maken hoe je dit het beste kunt vastleggen!

Bepaal voor jezelf wat het hoofdonderwerp is en welk verhaal je wilt vertellen. Wil je de serene rust van een baai laten zien? Dan kan een randje kustlijn, de uitgestrekte blauwgroene watermassa en een eenzaam dobberend bootje prima zijn.

Wil je de drukte van een toeristische badplaats tonen, dan kun je met een flinke telelens het perspectief op elkaar drukken om te accentueren dat de kustlijn overvol is met toeristen, parasols, zwemmers en bootjes.

Plaats de belangrijkste beeldelementen op een goede plek in het beeld door gebruik te maken van compositieregels, bijvoorbeeld de regel van derden.

Deze foto is gemaakt op een rustige ochtend aan het Enkhuizerzand in Enkhuizen. Wat een prachtig Hollands landschap, met een mooie rustige compositie.

Stef van Zoomeren
Canon 5D II · ISO 100 · F 13 · 2,5 SEC · 16 MM

Bewegen of bevriezen?

Watermassa’s zijn vrijwel altijd in beweging. Een rivier heeft een stroming, ook al is die met het blote oog niet altijd waarneembaar. Vanaf de oever van een rivier zijn er misschien rimpelingen te zien en kabbelen golfjes rustig tegen de kant. Maar ook als water niet stroomt, heb je al gauw beweging aan de oppervlakte. Het oppervlak rimpelt als het waait of als een kanoër voorbij peddelt.

In beweging

Je brengt meer actie en dynamiek in een landschapsfoto als je de beweging van water in het beeld weet te vangen. Hoe? Door de juiste belichtingstijd te kiezen. Bij langere sluitertijden geef je de beweging van het water de kans om op je foto in te werken. Dan zie je ineens wél dat het met een aardig vaartje stroomt.

Je wilt dus een lange sluitertijd gebruiken. De precieze tijd is onder andere afhankelijk van hoe snel je onderwerp beweegt, en hoe onscherp je het in beeld wilt brengen. Speel zelf met verschillende sluitertijden, bijvoorbeeld door foto’s te maken met 1/10 seconde, maar ook met 1 seconde en met 10 seconde. Je ziet dan duidelijk de verschillen. Om dit soort sluitertijden te kunnen gebruiken, zet je natuurlijk wel je camera op statief.


Met een heel lange sluitertijd lijkt het water heel erg zacht. Om zo’n lange sluitertijd te bereiken, moet je wel een grijsfilter gebruiken.

Mariska Vegeter, 1981mave.zoom.nl
Nikon D5000 · ISO 100 · F 14 · 348 SEC · 17 MM

Niet stabliseren

Als je bewegend water laat vervagen, is het wel zo mooi als je ook iets in beeld neemt dat juist níet beweegt. Juist het contrast tussen het voortjagende water en een stuk landschap voegt extra contrast toe. Schakel bij langere belichtingstijden wel altijd beeldstabilisatie uit. Anders krijg je onscherpte door de kleine trillingen die het mechanisme zelf produceert. Dat valt extra op bij het statische landschap.

Lange belichtingstijd

Om de sluitertijd lang genoeg te kunnen krijgen, heb je verschillende trucs tot je beschikking. Die werken bij afnemend licht overigens een stuk beter dan midden op een zonnige zomerdag!

Allereerst stel je de lichtgevoeligheid van de camera zo laag mogelijk in, bijvoorbeeld op iso 100.

Het diafragma helpt ook een handje mee. Als je een landschap fotografeert, wil je vast veel van de omgeving scherp op de foto krijgen. Je kiest dan een kleine lensopening (groot diafragmagetal) met voldoende scherptediepte. Er valt gelijk veel minder licht in de camera en dat is gunstig voor de sluitertijd. Vanaf ongeveer de schemering zit je nu wel goed met je sluitertijd.

Overdag is het lastiger om de belichtingstijd lang genoeg te krijgen. Dan wijken we uit naar een handig hulpmiddel: we plaatsen een grijsfilter voor de lens waarmee we het kunstmatig donkerder maken. Zie het kader ‘Grijsfilter’.

Zorg overigens dat je een statief gebruikt, en dat je een afstandsbediening, draadontspanner of zelfontspanner gebruikt om beweging van je camera te voorkomen.

Hier is een grijsfilter gebruikt om overdag een sluitertijd van 25 seconden te kunnen gebruiken.

Maaike Vonk, maaikevonk.zoom.nl
Canon 50D · ISO 200 · F 16 · 25 SEC · 55 MM

Grijsfilter

Een grijsfilter is over het gehele oppervlak neutraal grijs van kleur: het licht wordt overal in gelijke mate getemperd. Het wordt dan ook een ND-filter genoemd, waarbij ND staat voor Neutral Density. Je koopt het in een bepaalde sterkte (dichtheid). Bij een dichtheid van 0,3 wordt één stop licht tegengehouden. Bij 0,6 loopt dat op tot twee stops, enzovoort. Zelfs overdag in de volle zon kun je op deze manier de sluitertijd lang genoeg maken.

Water bevriezen

Bij de branding aan zee, maar ook bij een waterval of een wilde bergbeek is de beweging van het water overduidelijk aanwezig. Die kun je op verschillende manieren vastleggen.

Met snelle sluitertijden krijg je elk opspattend druppeltje haarscherp op de foto. Het natuurgeweld kan dan bijzonder indrukwekkend overkomen! Des te meer als je het standpunt goed kiest en een menselijk element opneemt. Zoals roeiers in een rubberboot die fanatiek de wilde stroom te trotseren. Of een vissersboot in de storm, terwijl golven tegen golfbrekers en havenhoofden beuken en spectaculaire waterexplosies veroorzaken.

Actie bevries je dus met korte sluitertijden. Je gaat dan omgekeerd te werk als daarnet. Speel eens met sluitertijden van bijvoorbeeld 1/1000 seconde.


Met een korte sluitertijd bevries je zelfs het wildste water.

Yvon Lenting, novy.zoom.nl
Fujifilm FinePix S9600 · ISO 80 · F 6,4 · 1/550 SEC · 67 MM

Keuze: kort of lang

Met langere belichtingstijden vervaagt het bewegende water, tot er uiteindelijk iets overblijft wat op mysterieuze mistslierten lijkt. Maar: langer is echter niet per definitie beter of mooier. Een rivier kan té glad worden als alle structuur eruit verdwijnt. Met een kortere belichtingstijd win je wat detail terug.

Belangrijk om te onthouden is dat je het bij heel lange belichtingstijden vooral moet hebben van langdurende bewegingen, of van bewegingen die zich herhalen. Een korte beweging is nauwelijks te zien.

Laten we als voorbeeld een rotskust nemen. Bij een lange belichtingstijd zie je de golfbeweging van het water als een witte waas. Het waterpeil stijgt langzaam, stroomt over of slaat tegen de rotsen en trekt zich daarna langzaam terug. Dit zie je als een zachte waas rondom de kust. Het korte moment dat de golf hoog opspat, is nauwelijks te zien. Met een kortere sluitertijd breng je de uiteenspattende golf als witte waas in beeld, maar niet het veranderende waterpeil. Een kwestie van uitproberen én jouw eigen voorkeur dus.

Bij lange belichtingen kan alle beweging en detaillering in een waas verdwijnen, het lijkt een soort mistvorming.

Danny Poissonnier, floris-art.zoom.nl
Nikon D300S · ISO 200 · F 29 · 6 SEC · 35 MM

Reflecties en kleuren

Op water ontstaan vaak prachtige reflecties die erom smeken te worden vastgelegd. Bij een onberispelijk glad wateroppervlak kan zo’n weerspiegeling levensecht lijken, bijna alsof je in een spiegel kijkt. ’s Morgens in alle vroegte heb je de grootste kans om een meer of vijver in deze staat aan te treffen. Handig om te onthouden voor je eerstvolgende vakantie.

Veel vaker zie je echter rimpelingen en golven. Die verstoren de smetteloze reflectie, maar leveren juist weer mooie abstracte foto’s op. Bijvoorbeeld beelden met allerlei kleuren, lijnen en vormen, waarbij er (afhankelijk van de omstandigheden) meer of minder in te herkennen is. Vind je dat de reflectie onvoldoende uit de verf komt door te veel golfslag? Met langere sluitertijden lijkt het wateroppervlak wat gladder. Daar knapt een reflectie vaak zichtbaar van op, al zal hij altijd vaag blijven. Experimenteer met grijsfilters en verschillende sluitertijden tot je het beste effect krijgt. Ook bij een reflectie heb je te maken met afstanden en scherptediepte. Let dus goed op scherpstelling en diafragma.

Door goed om je heen te kijken, kom je op weg naar huis zomaar de mooiste spiegelingen tegen.

Letty Visser, letssee.zoom.nl
Nikon D5000 · ISO 400 · F 5,6 · 1/320 SEC · 135 MM

Lichtcontrast

Een reflectie is weerkaatst licht en is daarom altijd minder fel dan het origineel. Dat maakt het lastig om beide goed uitgebalanceerd op de foto te zetten. Welke belichting is goed? Als één van beide belangrijker is, kun je die zo groot mogelijk in beeld nemen. Laat het wateroppervlak het beeld grotendeels vullen en neem hooguit een reepje lucht mee.

Als een indrukwekkend landschap heel mooi op het water reflecteert, is het natuurlijk beter om juist wel beide in beeld te brengen. Zet de horizon dan ongeveer in het midden. De belichting wordt dan wel wat lastiger. Je kunt eventueel meerdere opnamen met verschillende sluitertijden maken en die achteraf samenvoegen: je maakt dan een hdr. Je krijgt daar nog wat meer uitleg over in het hoofdstuk Strand en duinen.

Een langere sluitertijd tijdens de avondschemering zorgt voor wazige golven en volle kleuren.

Jos Duivenvoorden, jduivenvoorden.zoom.nl
Canon 100D · ISO 100 · F 18 · 15 SEC · 18 MM

Grijsverloopfilter

Je kunt ook werken met een grijsverloopfilter. Dit is een grijsfilter waarvan de helft volledig transparant is en de andere helft neutraal grijs. Daartussen zit een geleidelijke overgang. De sterkte van het verloop varieert per filter. Soms wil je een vrij scherpe begrenzing, soms juist een geleidelijke overgang. Met het donkere deel dek je in elk geval de lucht af: daardoor zijn de lichtsterktes beter in balans.

Maar let op: alles dat uit het landschap omhoog steekt, bevindt zich in het grijze deel en wordt dus ook donkerder. Denk aan kerktorens, heuvels of hoge gebouwen.

Kleurenpracht

De prachtige kleuren van een zee of oceaan komen op foto’s vaak minder goed over dan je ter plekke ervaart. Dat komt door de schitteringen van het zonlicht op het water. Dit los je op met een polarisatiefilter. Zo’n filter houdt lichtstralen uit één richting tegen. Lichtstralen komen normaalgesproken uit alle richtingen op ons af. Zo wordt het zonlicht verspreid door atmosfeer en wolken, maar ook teruggekaatst door de grond en objecten zoals gebouwen. Bij gereflecteerd licht is vaak sprake van stralen die uit precies één richting komen. Met een polarisatiefilter zijn ze daardoor prima weg te filteren.

Met een draairing bepaal je de mate van filtering. De kleuring en doortekening knappen hiermee een stuk op. Het verzadigde blauw van de lucht levert mooie kleurrijke platen op. En je kunt nu zelfs ín het water kijken, in plaats van alleen maar erop. Het filter brengt het onderwaterleven in beeld, terwijl je zelf op de waterkant blijft staan.

Overigens: als je direct in de richting van de zon fotografeert, raakt je niet alle schitteringen kwijt. De bewegende golven sturen het licht dan alle kanten op.


Minder schittering, betere kleuren en zicht op de bodem dankzij een polarisatiefilter. (links zonder, rechts met filter)
Foto’s: Kees Krick

In de buurt

Dikke kans dat er in jouw stad of dorp een of meer grachten, vaarten of waterlopen te vinden zijn waar je prachtige foto’s kunt maken. Het voordeel van zo’n water om de hoek is dat je er heel erg vaak en snel naartoe kunt. Dit biedt je de kans om op verschillende tijdstippen, bij verschillende weersomstandigheden en in verschillende jaargetijden te experimenteren met creatieve ideeën en instellingen!

Neem om te beginnen altijd je camera mee. Of je nu naar je werk fietst, boodschappen doet of de hond uitlaat. De kans op een fraaie foto is immers altijd aanwezig. Grachten zijn meestal niet zo breed en in de stad is het vaker windstil dan op zee of op een meer. Dat maakt grachten bij uitstek geschikt om reflecties te fotograferen. Bijvoorbeeld van gebouwen, passerend verkeer of bomen.

Bij windstilte kan water als een echte spiegel werken. En dit kun je vaak gewoon dicht bij huis fotograferen.

Pascal Hemelsoet, pascal1980.zoom.nl
Nikon D5000 · ISO 200 · F 20 · 25 SEC · 18 MM

Zoek in het voorjaar ook naar watervogels. Die zoeken steeds vaker de beschutting van de stad op en zijn volledig gewend aan mensen. Een unieke kans om – van dichtbij – een reportage te maken van broedende eenden, waterhoentjes, knobbelzwanen of futen. Soorten die buiten de stad een stuk schuwer en lastiger te fotograferen zijn! Probeer ze op ooghoogte te fotograferen. Dat levert de meest intieme en krachtige foto’s op.

En berg je camera niet op als de zon onder is gegaan! De grachten, vaarten en watertjes in de buurt zijn in elk seizoen (en op elk tijdstip van de dag en nacht) aantrekkelijk. Ga eens ’s avonds met je statief op pad en leg de grachten vast als ze verlicht worden door straatlantaarns. Zet de camera in de handmatige modus en kies een diafragma van F 8 tot F 16. Kies een lange sluitertijd en experimenteer met de juiste belichting. Je zult verbaasd staan van de verrassende foto’s die je maakt op locaties waar je overdag achteloos langsloopt.

De Amsterdamse grachten lenen zich natuurlijk ook perfect voor mooie waterfoto’s. De felle kleuren en goede compositie geven een romantisch beeld van de stad en de grachten.

Djurre Boukes, boukes.zoom.nl
Nikon D800 · ISO 100 · F 10 · Hdr van 3 opnames: 8, 15 en 30 SEC · 17 MM

Natuurlijk licht en natuur: zo gebruik je het licht

Waarom iedere fotograaf een 50mm in de fototas zou moeten hebben