in

Portret op locatie: naar buiten

Het fotograferen van mensen buiten de studio is een uitdagend genre. Je hebt niet alles in eigen hand, maar speelt in op de onverwachte dingen die gebeuren tijdens de shoot. In dit artikel helpen we je op weg bij het locatieportret.

Wil je alles leren over portretfotografie op locatie, maar ook het werken in de studio? Bekijk dan onze Cursus Binnen- en Buitenportretten!

Het eerste dat je als portretfotograaf goed moet uitkiezen, is je locatie. Die moet aan een aantal specifieke eisen voldoen. Zo moet hij iets toevoegen aan je model. Een zwangere vrouw in een autowasserij kan, maar lijkt geen logische optie. Een bikinimodel in de duinen juist weer wel. Het klinkt misschien logisch, maar veel beginnende fotografen denken onvoldoende na over de plek waar ze hun model neerzetten. Als je naast een park woont, betekent dat zeker niet dat je iedereen daar mee naartoe kunt nemen. Neem voldoende tijd om diverse locaties in de buurt te ‘scouten’. Rijd een paar rondjes door de omgeving en je ontdekt vast een paar verborgen pareltjes. Of kijk eens op Google Earth en vind die onontdekte zandvlakte vlakbij of die skatebaan vol graffiti waar bijna nooit iemand komt. Uiteraard zoek je nooit ter plekke met je model naar een geschikte plek. Tegen de tijd dat je aan fotograferen toekomt, is je model al zo chagrijnig van al het sjouwen en wachten dat er geen fatsoenlijke blik meer uitkomt. Maak tijdens het scouten met je telefoon wat snapshots van de plekken die volgens jou geschikt zijn. Zo kun je ze later nog eens terugkijken.

Als je mensen fotografeert, is het belangrijk om de omgeving zo clean mogelijk te houden. Dat betekent zeker niet dat je alleen een zwarte muur gebruikt, maar wel dat je bewust let op elementen in de achtergrond. Bomen, rare reclame-uitingen of een vissenkom zijn allemaal elementen die het oog van de kijker afleiden van waar het eigenlijk om gaat: de persoon. Check dus bewust je achtergrond en haal waar mogelijk wereldbollen en vazen uit beeld. Als het niet lukt alles weg te halen, kun je het ook oplossen door je diafragma wat meer open te zetten. Bij diafragma F 3,5, F 4 of F 5,6 wordt de achtergrond iets onscherper, waardoor je model – dat wel scherp is – de aandacht eerder opeist. 

Foto: FotoVanSas

Direct zonlicht

Heb je eenmaal je locatie gevonden, dan is het zaak op het juiste tijdstip – lees: juiste licht en omstandigheden – te gaan fotograferen. Bij gebouwen staan door de week vaak auto’s geparkeerd, maar in het weekend is het er leeg en uitgestorven. Op zondagmiddag is het filelopen in het bos, terwijl je daar op maandag alleen een verdwaald everzwijn tegenkomt. Zorg dat je die kennis paraat hebt.

Vooral het juiste licht is belangrijk. In bepaalde steegjes valt maar een kwartiertje per dag licht naar binnen. Laag licht komt meestal natuurlijker over dan hoog zonlicht. Sowieso is zonlicht minder geschikt. Een diffuus wolkenluchtje flatteert je model meestal meer Het licht is mooi zacht en accentueert niet alle oneffenheden in het gezicht. Bovendien is de balans met je achtergrond vaak beter. De zon gooit harde schaduwen en hoge contrasten over je beeld. Overigens kun je in de zon prima werken, zolang je een paar dingen in de gaten houdt. Zet allereerst je model nooit in de volle zon. Naast het grote contrast en de harde lijnen kijkt de persoon meestal diep ongelukkig doordat hij enorm moet knijpen met zijn ogen om überhaupt wat te zien. De beste zonnige portretten maak je in tegenlicht. Aan de schaduwkant van de zon heb je relatief vlak licht en een mooi haarlichtje van de zon zelf. Probleem is wel vaak dat het gezicht te donker wordt. Dit kun je verhelpen door een reflectiescherm in te zetten. Houd dit scherm naast je camera en het zonlicht reflecteert diffuus terug in het gezicht van je model, dat er daardoor veel lichter en natuurlijker uitziet. Het scherm heft de hoge contrasten in het gezicht op. Beweeg het reflectiescherm een beetje heen en weer en je ziet wanneer hij zijn werk het beste doet. Pas op met een zilveren en gouden reflectiescherm, die geven bij direct zonlicht snel een overdreven, blikkerig effect. Meestal is diffuus wit de beste optie. Bij fotozaken zijn meerdere schermen te koop, die je meestal gemakkelijk kunt opvouwen, zodat het in je fototas past. Geen geld voor een duur reflectiescherm? Koop bij de bouwmarkt een plaat piepschuim van 1,19 euro. Opvouwen is alleen geen optie, geeft zo’n rotzooi … Als je werkt met een reflectiescherm is het heel handig om een spraakgestuurd statief mee te nemen, ofwel een assistent.

Foto: WillieK

Platte flitsfoto

Naast het natuurlijke licht op locatie kun je ook je eigen lichtbron toevoegen. Een reportageflitser is daar bij uitstek voor geschikt. Hiermee laat je het licht precies uit de richting komen die je handig vindt, in de sterkte die je wilt. Een flitser geeft zo’n tien stops meer licht dan bijvoorbeeld een bouwlamp. Je kunt het best een losse flitser gebruiken. Omdat op locatie vaak veel bestaand licht aanwezig is, is een ingebouwde flitser vaak niet krachtig genoeg om enig resultaat te zien. Een opzetflitser is vaak meer dan vijf keer zo krachtig, zodat je over het bestaande licht heen kunt flitsen. De flitser op de camera schroeven, is een goede optie om mee te beginnen. Bedenk wel dat recht vooruit flitsen meestal een te platte foto oplevert, ook buiten. Binnen zou je via het plafond kunnen flitsen, maar buiten gaat dat niet. Je kunt vaak wel de flitser naar de zijkant kantelen en via een object flitsen voor een plastisch 3D-resultaat. Wees creatief. Een betonnen paal, reclamebord of muur kan prima als reflectieobject dienen. Hierdoor wordt je licht zachter en komt het mooi van de zijkant op je model terecht. Let er wel op dat je weerkaatsingsobject neutraal en licht van tint is, anders krijg je rare zwemen.

Foto: JacquelineUiterloo

Strobisten

Een andere, professionelere optie is het strobisten. Je koppelt hierbij een of meer flitsers los van de camera om ze uit een willekeurige hoek te kunnen gebruiken. Naast dat voordeel kun je ook makkelijker accessoires – zoals een paraplu – gebruiken om het licht zachter te maken. Met de flitser op de camera is dit een onmogelijke optie, omdat de paraplu simpelweg voor de lens komt te hangen. Zonder object om tegenaan te bouncen, kun je met een losse flitser toch zijlicht generen. Verder kun je allerlei creatieve opties uitproberen, zoals het flitsen door een trap, een tegenlichtje of een spooky verlichting van je model door je flitser geheel van onder te laten komen. De opties zijn eindeloos.

De grootste uitdaging bij het los flitsen is de communicatie met de camera. De grote merken Nikon en Canon hebben een ingebouwd systeem dat communiceert tussen camera en flitsers, en flitsers onderling. Je hebt hier meestal meerdere flitsers voor nodig, waarvan er een op de camera geplaatst moet zijn. Flitser 1 is de master, flitser 2 de slave of remote. De tweede flitser wordt aangestuurd door de eerste. Het systeem werkt met infrarood: de flitsers moeten elkaar kunnen zien. Een flitser achter een deur plaatsen is dus geen optie. En als je iemand de flitser laat vasthouden, moet hij niet zijn hand voor de sensor houden, anders werkt de connectie niet meer. Een beter, maar duurder systeem is radiocommunicatie. Hierbij plaats je een radiozender op de camera en een andere onder de flitser. De communicatie gebeurt met radiogolven, die zonder problemen door muren, handen en andere objecten heen gaan. Bij de duurdere merken (bijv. Pocketwizard) is de betrouwbaarheid 99%. Maar ook bij de goedkopere radiozenders, zoals Cactus of Calumet, gaat de flitser meestal gewoon af, terwijl de infraroodsystemen het nogal eens laat afweten. Neem bij het extern flitsen altijd voldoende batterijen mee.

Brandpunten

Vervolgens kies je het objectief. Niet alle brandpunten zijn geschikt voor portretfotografie op locatie. Bewaar de meeste groothoeken maar voor architectuur en landschap. Een groothoekportret ziet er meestal vervormd uit, met een enorm grote neus en kleine oortjes. Tenzij je voor een maffe look gaat. Vanaf 50 mm kun je prima portretten maken, al is een 80 mm meestal net iets fijner. Zo kun je wat meer afstand houden, wat vaak prettig is voor bijvoorbeeld een onervaren model. Teveel ingezoomd werken (150-300 mm) kan ook weer averechts werken, dan druk je het hele gezicht in elkaar, en sta je bovendien te ver van je model af om een natuurlijke connectie te maken. 

Foto: Uniforny

Boetseren

Even checken. Locatie voor elkaar, licht voor elkaar, objectief voor elkaar … en nu? Het belangrijkste deel van het maken van de foto moet nog komen. Niet de techniek, maar de omgang en sturing van je model bepaalt of een foto lukt of niet. Meestal doe je dat door goed uit te leggen wat je aan het doen bent en hoe je foto eruit moet komen te zien. Vervolgens kun je je model een beetje fotografisch boetseren tot ze op de juiste manier staat. Hoofd een tikkie kantelen, iets de neus naar rechts zijn bekende kreten hierbij. Tot slot zul je de blik van het model moeten sturen. Een portret met een obligate tandpastaglimlach is meestal niet de bedoeling, behalve in de reclamefotografie. Je wilt iets van het karakter van de persoon laten zien. Probeer wat ‘psychologische prikkels’ af te geven. De eenvoudigste is natuurlijk ‘say cheese’. Maar als je iets dieper wilt, gaan kun je zeggen: ‘denk eens aan je eerste vriendje’, ‘of denk eens aan het moment dat je rijexamen gehaald hebt’. Of je laat een stilte vallen, waardoor iemand een beetje ongemakkijk gaat kijken. Als dat de blik is die je wilt tenminste. Onderschat de blik niet. Veel beginnende fotografen slaan dit deel van de regie over en blijven naar technische zaken kijken. Stel eerst je techniek in en focus je daarna geheel op je model. Zo heb je alle aandacht bij de blik en pose.

Aanspreken

Als je op locatie werkt, krijg je ook te maken met omstanders en nieuwsgierige toeschouwers. Dit is niet altijd even wenselijk, maar soms ontkom je er niet aan. Vaak zijn mensen nieuwsgierig en kijken ze alleen maar. Je kunt ze dan het beste even aanspreken en vertellen wat je aan het doen bent. Vertel daarna dat het model een beetje onrustig wordt van al die aandacht en dat het voor jou handiger is als ze gewoon verder lopen. De meeste mensen begrijpen dit volkomen en zullen weggaan. Heb je te maken met een groep baldadige jongeren of bejaarden die erop uit zijn om je een beetje te dwarsbomen, loop dan even een blokje om met je model en kom na een kwartiertje weer terug. Of kies een andere locatie. Iedereen heeft het recht om op straat te lopen, dus je hebt met dit soort zaken te dealen.

Foto: lolo1

Balans bestaand licht en flits

Om het effect van je reportageflitser goed te zien, kun je het beste de rest van je beeld – het bestaande licht – een beetje onderbelichten. Dit is een simpel trucje dat algauw een professionele look aan je foto geeft. Je doet het in de volgende stappen:

  • Zet je camera op Tv (S), sluitertijd 1/60.
  • Richt de camera op je onderwerp en kijk welk diafragma de camera kiest en onthoud de waarde (bijvoorbeeld F 8).
  • Zet je camera op modus manual (M).
  • Stel de sluitertijd opnieuw in op 1/60 en neem de gevonden waarde uit de Tv modus over in de M (bijvoorbeeld 1/60, F 8).
  • Zet je flitser aan op TTL, met de flitscorrectie uit (TTL0).
  • Maak een foto van je onderwerp, inclusief achtergrond.
  • Zoals je ziet, doet de flitser wel iets, maar het effect is niet heel duidelijk, omdat het bestaand licht nog erg aanwezig is.
  • Ga nu je bestaand licht onderbelichten door alléén je sluitertijd te veranderen naar 1/200 (1/250 bij Nikon). Het diafragma blijft hetzelfde.
  • Je ziet nu dat de flits meer effect heeft, doordat de rest van je beeld onderbelicht is.

Toestemming

De rechter onderscheidt drie verschillende soorten locaties. Openbare ruimte, semi-openbaar en privéruimte. In de openbare ruimte, zoals op straat of in het bos, mag je in principe altijd fotograferen. Wel moet je op deze plekken rekening houden met mensen, die mag je niet altijd fotograferen. De rechter kijkt ernaar of degene die op de foto staat, schade heeft ondervonden van de foto. Denk dus altijd goed na of er schade kan ontstaan. De regel ‘wat u niet wil dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet’ werkt meestal afdoende. Geen mannen op de wallen fotograferen dus. In de semi-openbare ruimte, bijvoorbeeld op stations en winkelcentra, kunnen extra huisregels gelden. Bewakingspersoneel kun je op grond van die huisregels verbieden verder te fotograferen. Let op: ze mogen nooit je opnameapparatuur in beslag nemen of je dwingen foto’s te deleten. Hiervoor moeten ze altijd de politie erbij roepen. In de privéruimte, zoals een huis of auto, mag je in principe nooit zomaar fotograferen. Vraag hier dus altijd toestemming. Meer informatie over dit onderwerp vind je in het boekje ‘Straatfotografie, over gedrag en wat mag’, te bestellen op www.fotografenfederatie.nl.

Meer leren?

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Binnen – en Buitenportretten in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het vastleggen van het perfecte portret, en nog veel meer!

Zo leer je onder andere:

  • Het werken met daglicht
  • Werken met lampen en flitsers in de studio, maar ook buiten
  • Alles over het aansturen van modellen
  • Je foto’s te perfectioneren in de nabewerking!

Bekijk hier de volledige Cursus Binnen- en Buitenportretten!


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Paddenstoelen fotograferen doe je zo!

De beste tips voor fotograferen in de regen