in

Verbeter je wildlife-fotografie: drie tips


17 juli 2020, 07:16

Ben je gek van wildlife-fotografie? We geven je een aantal tips om je skills te verbeteren!

Tip 1: Kennen en anticiperen

Natuurfotografen zullen erkennen dat het kennen van je camera zeker een must is, maar dat het kennen van je onderwerp minstens zo belangrijk is, zodat je kunt anticiperen op wat komen gaat. De basis is het juist hebben van je sluitertijd, de beste autofocus-instellingen en een keuze voor de burstmodus. Maar dan nog zullen geslaagde actiefoto’s afhankelijk zijn van elementen waar je camera niets aan kan doen: jouw kennis van de natuur.

Zo heeft het geen zin bijvoorbeeld om dichter bij een biddende torenvalk proberen te komen. Kom jij dichterbij, dan schuift zij een stukje op. Beter is het om te wachten: dan komt het valkje wellicht een stukje naar jou toe. Vogels kennen ook bepaalde vliegbewegingen. Zo zal de ene vogel in een rechte streep vliegen en een ander soort een golvende vliegbeweging maken. Als je dit soort elementen kent, is het makkelijker mee te bewegen en te anticiperen.

Als je weet hoe dieren reageren, is het makkelijker om te anticiperen op hun gedrag. Dat geldt zelfs voor zo’n zwerm spreeuwen.

JE-Photo, je-photo.zoom.nl

Tip 2: Fotograferen voor de nabewerking

Nabewerking is voor velen de finishing touch! Als tijdens het fotograferen de belichting niet helemaal goed was of de automatische witbalans het een beetje heeft laten afweten, dan geeft nabewerking (bijvoorbeeld in Lightroom en Photoshop) ongekende mogelijkheden om het een en ander te kunnen corrigeren. Zo zullen we je in het hoofdstuk ‘Nabewerking’ bijvoorbeeld laten zien hoe je nóg meer de scherpte kunt leggen in je foto’s.

Ben jij een echte fotobewerker of wil je ermee starten? Fotografeer dan in het raw-formaat. Dat formaat biedt oneindige mogelijkheden omdat het alle beeldinformatie ruw vastlegt.

Tip 3: Bewust overbelichten (ETTR)

Tot slot willen we nog een veel gebruikte fotografie-techniek met je delen, waarna in je nabewerking er nog meer details en minder ruis in overblijven. Die techniek noemen we ETTR: Expose To The Right. Kortweg komt het neer op bewust overbelichten.

Soms ontdek je bij thuiskomst dat de belichting wellicht nog iets beter had gekund in je foto’s. Je vogel in vlucht is scherp en perfect getimed. Maar misschien vind je dat dat schaduwpartijen in de vleugels te donker zijn, zodat er wat detail mist. Wie met nabewerking bekend is, weet dat je in Photoshop, Lightroom of andere bewerkingsprogramma’s de schaduwen achteraf nog een beetje kunt optrekken. Op die manier worden alleen de donkere delen in je foto lichter en ontstaat dat extra stukje detail in de schaduwpartijen van bijvoorbeeld de vleugels.

Wie verder bekend is met nabewerking, weet ook dat als je schaduwen optrekt, de ruis in die delen van je foto behoorlijk toeneemt. Bedenk daarbij eens dat het ruisniveau sowieso al wat hoger is in je foto, omdat je een bepaalde sluitertijd moest halen (en dus wellicht voor een wat hogere ISO moest kiezen). Het optrekken van de schaduwen heeft dus soms desastreuze gevolgen. Daarom kan het beter zijn om andersom te werken!


Het optrekken van schaduwen levert vaak onnodige ruis op.

De meeste ruis ontstaat altijd in de schaduwen van je beeld, met name als we die wat lichter willen maken. De truc is nu om tijdens het fotograferen bewust ietsje over te belichten. De schaduwen zijn dan meteen al beter en behoeven misschien zelfs geen enkele nabewerking meer. De lichte delen in je foto worden helaas wel heel erg licht. Pas dus ook zeker op dat je niet te veel overbelicht. Eén tot anderhalve stop is voldoende. Zo zullen de witte delen niet uitgebeten raken, maar ze zullen wel heel licht zijn (zelfs té licht).

In de nabewerkingssoftware kunnen we vervolgens de hooglichten, de lichtere delen in een foto, donkerder maken. Daardoor komen de details in de lichte delen terug (tenzij die delen echt overbelicht waren). De ruis die er al was, verdwijnt zelfs! Gevolg: schaduwen goed, hooglichten goed en weinig ruis!

Overbelichten

Overbelichten kan op 3 manieren:

• In S-stand of Tv-stand
Druk op de knop met het +/- icoon op je camera en zet met je draaiwiel de belichting naar de plus.

• In de M-stand
Laat je lichtmeter naar de + lopen. Schakel hiervoor AUTO ISO uit, anders compenseert je camera de overbelichting.

• In alle andere standen
Draai de belichtingscompensatie knop naar de plus als je camera hierover beschikt.


Je ziet hier een Sony A7 III van bovenaf, waarbij je ziet dat er zelfs een los instelwiel is voor de belichtingscompensatie.


Onder in het camerascherm of de zoeker zie je een lichtmeterbalk. Staat het balkje in het midden, dan is je foto ‘gemiddeld belicht’.

Werken met green screen en Photoshop

7 Tips voor straatfotografie